Aardbei

Planten
Aardbeien kun je het beste in de volle grond planten of op een pot op het balkon.
In een pot: Zet alle planten bij elkaar op de grond in een hoek van de tuin, zoveel mogelijk uit de wind. Doe over de potten wat stro en daar overheen een vliesdoek. Een deken kan ook. Let wel de planten moeten wel kunnen ademen. Dus niet helemaal afsluiten.

Aardbeienplanten in de volle grond: Staan de planten op de tuin dan is een vliesdoek al genoeg over de planten heen. Graaf het doek netjes in en zorg ervoor dat de wind geen vat krijgt op het doek. Zeker als het echt koud is en het waait hard dan waait het zo aan stukken. Verwijder het doek als het wat later in de winter is en er geen vorst wordt voorspeld.

Let er op dat de planten niet te dicht op elkaar worden geplant. Er mogen max. 3-8 planten per vierkante meter staan. Meer planten geeft minder vruchten en meer kans op rotte vruchten.

Groeien
De voedingshuishouding is bij de aardbei vrij belangrijk. Met planten mag er niet bemest worden. Pas na 4 weken als de planten goed vast staan. Dan daarna elke 3 weken bijmesten. Dit is nodig voor de stevigheid van de plant.

Nieuw plantbed
Als je een nieuw plantbed maakt. Zorg ervoor dat het schoon is en dat er de laatste 3 jaar geen aardbeienplanten hebben gestaan. Wat ook slecht is, is als er voor aardappels of tomaten hebben gestaan. Deze hebben last van dezelfde bodemschimmels en kunnen de nieuwe planten gelijk aantasten.

Oogsten
Pluk de aardbei altijd voorzichtig; de vruchten beschadigen zeer snel en zijn dus ook slecht of niet te bewaren. Sommige rassen zijn wel wat steviger en wel een dag of 2 te bewaren maar ze zijn dan ook harder, en soms ook minder smakelijk.